Er is nog steeds een grote groep mensen in werkend Nederland die denk dat teamontwikkeling over ‘de zachte kant’ gaat. En daarmee impliceren ze eigenlijk ook gelijk dat dat dus niet rendabel is en je ook wel zonder kunt. Niets is minder waar. Oké, dit klinkt als “Wij van WC-eend raden WC-eend aan”…en toch is het zo. Goede teamontwikkeling gaat juist over het bouwen van een up to speed, wendbaar en energiek team. Een team wat er vol tegenaan gaat en sterke resultaten bereikt. Hoe meet je dat dan?

Realiseren van meetbaar resultaat

Na de intakes starten we het traject met de belangrijke eerste sessie, de kick off. In deze kick off zitten een aantal programma onderdelen gericht op Doelen Stellen. Daarbij maken we een onderscheid in taakdoelen en samenwerkdoelen.

  • Taakdoelen – wat heeft dit team te doen met elkaar? Denk aan een x-aantal nieuwe klanten, een winstpercentage of innovatie targets. Vaak zijn deze doelen vooraf al bekend bij een team, helaas even zo vaak ook nog niet. Terwijl, als je een team in beweging wil hebben, dan is het heel belangrijk dat dat team weet wáár het naar toe werkt. Wat ze kunnen doen om succesvol te zijn!
  • Samenwerkdoelen – die gaan over de manier waaróp je samen wil werken om die hardere taakdoelen te realiseren. Hoe je met elkaar om gaat in de groep. En maakt concreet waar de groep zich naar toe wil ontwikkelen.

Een doel zonder plan, blijft vaak een wens

Beide doelen formuleert het team zelf, in een geleide brainstorm. Deze uiteindelijk drie concrete samenwerkdoelen zijn het uitgangspunt voor de programmering van de volgende sessies. De teamcoach grijpt hiernaar terug bij interventies. Plus, de doelen werken als een meetlat waarop het team zichzelf scoort. Het mooie is dat opdrachten als deze de teamcoach tegelijkertijd veel inzage geven in ‘waar een team staat in de ontwikkeling’. En de coach dus, direct, live interventies kan doen om de groep te helpen bestaande patronen te doorbreken.

Drie thema’s die veel voorkomen in teams en die je al bij een kick off goed kan zien

 

  1. ‘Hop, en door’ – patroon. Een groep knalt lekker door de brainstorm, is snel klaar. Best tevreden me zichzelf en ze vragen zich af ‘Is dit het nou wat we gaan doen?’. Tegelijkertijd hebben ze elkaar dan vaak nauwelijks iets gevraagd. Post-its worden snel geplakt, statements zijn kort en multi-interpretabel. En wat je collega nou precies bedoelde op die post-it? Geen idee.Vaak zie je dan verderop in het traject dat dit team weliswaar heel hard gaat, mar niet zo goed weet waarheen. Iedereen heeft een eigen waarheid en er wordt met regelmaat op besluiten teruggekomen. Mensen zeggen ja en later wordt dat een nee.
  2. Dit is ook belangrijk’- patroon. De groep neemt de tijd, is blij om een keer over dit type onderwerp te praten met elkaar. Ze bevragen elkaar en weerspiegelen ook duidelijk hun eigen mening. Alles is belangrijk, een keuze wordt pas gemaakt wanneer iedereen precies weet hoe het zit. En dat duurt vaak lang. Het vertrouwen in elkaar lijkt op het eerste gezicht groot, maar ontbreekt eigenlijk vaak. Mensen zijn sterk overtuigd van hun eigen idee en je moet wel van goeden huize komen wil jouw idee (of in dit geval doel) voorrang krijgen. In deze groep duurt het bijzonder lang om besluiten te nemen.
  3. ‘Hé dit is ook interessant’ – patroon’. Een groep heeft veel lol met elkaar, er komen ontzettend veel ideeën en wensen op. De groep volgt de energie en brainstormt lekker door. Het leuk hebben met elkaar is een belangrijk thema. De groep redt het uiteindelijk niet binnen de tijd maar heeft wel al een paar interessante acties voor op het werk bedacht. Hier zijn vaak een paar mensen met een leidende stem, die zich moeilijker kunnen focussen op één ding en structuur in meetings en processen ontbreekt vaak. Zo kan het gebeuren dat dit team veel dingen net niet afmaakt en regelmatige dezelfde punten terugziet op de agenda.

Moment of truth sun icon

Als je een teamsessie goed programmeert, krijg je gedrag wat ‘op de werkvloer in het echt’ plaatsvindt, ook terug tijdens de bijeenkomst. Dat is het cruciale moment waarop je een groep kunt spiegelen. En de groep  dus een keuze heeft om dit patroon te doorbreken. Door ze te helpen en te trainen in de nodige competenties kan een groep vervolgens doorgroeien naar een volgend level in de samenwerking. En zichzelf weer een puntje hoger scoren op de meetlat.